Eurofins Agro verwerkt tot wel 20.000 monsters per dag!

Eurofins 100x100kopieNaamswijziging of niet, Eurofins Agro heeft net weer een flinke arbeidspiek achter de rug. Erikjan van Huet Lindeman, marketingmanager: “In de novembermaand zijn we altijd druk met bemonstering van maïs en dat viel dit jaar voor een deel samen met het steken van de laatste graskuilen.” Alle hens aan dek dus in het laboratorium in Wageningen.

Voor wie de naam Eurofins Agro weinig zegt, wees gerust: dat kan kloppen. “We communiceren hem pas sinds 15 oktober”, vertelt Van Huet Lindeman. Het internationaal opererende bedrijf Eurofins kocht in 2012 en 2013 de agrarische laboratoria BLGG AgroXpertus en Laboratorium Zeeuws Vlaanderen (waaronder ook Altic valt). De twee vestigingen –Wageningen en Graauw- blijven operationeel, de agrarische onderzoeken worden in Wageningen geconcentreerd. “Zeker voor de ondernemers in de regio van AB Oost verandert er weinig tot niets. De vertrouwde buitendienstmedewerker neemt de monsters en wij analyseren die. Ook de samenwerking met externe partijen als toeleveranciers blijft gewoon bestaan. Alleen het briefpapier, ja, dat ziet er iets anders uit.”

Van zak gras tot potje poeder

Binnen tien werkdagen na aankomst van het gewasmonster ontvangt de agrariër een overzicht van alle onderzochte waarden. Wat gebeurt er eigenlijk in de tussentijd? Van Huet Lindeman neemt afwisselend een zak snijmaïs en grond in zijn handen. “Nadat een monster is genomen wordt deze dezelfde nacht opgehaald door onze transportdienst. Voor zes uur ’s ochtends zijn alle zakken dan in de ontvangstruimten van het laboratorium. Daar worden ze stuk voor stuk opengesneden, uitgespreid op een tray en in een oven gedroogd. Ruwvoermonsters wegen we voor en na het drogen, zodat we het drogestofgehalte kunnen bepalen. Na het droogproces vermalen onze medewerkers de grove materie tot een ‘poeder’ en elk poeder gaat in een apart potje met bijbehorende barcode. Je hebt nu een gefixeerde samenstelling die klaar is voor analyse. De daadwerkelijke analyse van de voederwaarde-, bodemvruchtbaarheid- of mineralensamenstelling vindt plaats in het lab. De meeste cijfers meten we middels Infrarood Spectroscopie (NIRS). Deze techniek stelt snel zaken als percentage ruw vet, ruwe celstof, ruw eiwit, suiker en de verteringssnelheid in de pens vast. Het proces is volledig geautomatiseerd en de analyseresultaten worden 1 op 1 in het rapport geprint. Mocht een order ook een sporen- en mineralenonderzoek omvatten, dan gaat het monster verder naar een andere afdeling waar we het ook chemisch analyseren.”

Rijke databases

Naast de analyse, interpreteert Eurofins ook de cijfers. “Is een bepaalde waarde hoog of laag, dat soort dingen. Het daadwerkelijke omzetten naar een rantsoenberekening laten we over aan de voorlichters. Dat is hun expertise. Een bemestingsadvies geven we wel, al is de vertaling naar concrete meststoffen weer het terrein van de voorlichter. Onze cijfers worden steeds nauwkeuriger. We onderzoeken al zo lang en zo veel monsters dat onze databases enorm verrijkt zijn en de meetmethoden grondig gekalibreerd. En de hoeveelheid data wordt alleen maar groter.  Ontwikkelingen als de Kringloopwijzer en precisielandbouw vragen nu eenmaal steeds meer harde cijfers om bedrijfsvoering te onderbouwen. Onze laboratoria kunnen die opgave aan, wij hebben de schaalgrootte om automatiseringsvraagstukken en onderzoekstechnieken te stroomlijnen.”

Perceelspecifiek groeibeeld

Ook in de nabije toekomst heeft Eurofins zijn klanten het één en ander te bieden. Van Huet Lindeman beschrijft bijvoorbeeld de toepassing van de snelle NIRS-techniek voor de verplichte mestmonsters. Afgelopen zomer realiseerde het bedrijf een betrouwbare statistiek voor de analyse van vaste mest. Hiervoor moesten de laboratoria 50.000 monsters zowel chemisch als met NIRS onderzoeken. Een hele investering. “De financiële slagkracht van de nieuwe holding maakte het ook mogelijk om satellietdata te kopen. We hebben nu de beschikking over groeibeelden van alle percelen in Nederland van de afgelopen 5 jaar. Door die jaren op elkaar te leggen, kunnen we onze klanten een goed inzicht in de ‘bontheid’ van hun perceel geven.  Eventueel aangevuld met plaatsspecifieke bodemmonsters biedt deze data landbouwers een prima tool om opbrengsten te verbeteren.”

Bekende op het erf

Groot, groter, groots. Maar arrogant hoopt Eurofins nooit te worden. “We blijven een dienstverlenend bedrijf. Daarom vroegen we onze klanten voorafgaande aan de naamswijziging wat zij absoluut niet veranderd wilden zien. Antwoord was: bekenden op het erf. Mede daarom is de samenwerking tussen onze buitendienst en AB Oost zo’n goede match. Het persoonlijk contact tussen boer en monsternemer is goud waard. En als die monsternemer dan ook nog de vaste AB bedrijfsverzorger is, dan kan er niet veel fout gaan. Hij kent de weg en weet feilloos de juiste kuilbult, mestput of perceel te vinden.”

AB Oost Netwerk december 2015